Vliesbehang behangen doe je door de lijm op de muur aan te brengen (niet op het behang), de baan recht aan te zetten en daarna glad te strijken. Dat is het grote verschil met traditioneel behang, en precies waarom veel mensen vliesbehang makkelijker vinden. De banen scheuren minder snel, werken niet uit en blijven maakbaar terwijl je werkt.
Wat je nodig hebt voor het behangen met vliesbehang
Zorg dat je alles klaar hebt liggen voordat je begint. Je hebt in ieder geval nodig:
- Vliesbehangllijm (speciaal voor vliesbehang, niet gewone behangenlijm)
- Een brede lijmroller of kwast
- Een behangborstel of gladstrijkspatel
- Een scherp behangmes of stanleymes
- Een rechte lat of waterpas
- Een pluisvrije spons of vochtige doek
- Een emmer water
- Een meetlint en potlood
Gebruik altijd de lijm die de fabrikant van jouw vliesbehang aanraadt. Op de verpakking staat vaak een gewichtsaanduiding per rol. Hoe zwaarder het behang, hoe dikker de lijm moet zijn. Gebruik je te dunne lijm bij zwaar behang, dan laten de naden los.
De muur voorbereiden
Een goede voorbereiding is het halve werk. Verwijder eerst het oude behang volledig. Zit er nog een laagje op de muur? Vliesbehang trekt die laag soms mee bij het verwijderen, wat een flinke klus geeft achteraf. Vul gaten en scheuren op met polyfilla of muurvuller en laat dat goed drogen. Schuur daarna glad.
Primer of voorstrijk aanbrengen is sterk aan te raden op nieuwe of erg zuigende muren. Zonder primer trekt de muur de lijm te snel op, waardoor het behang slecht blijft plakken. Gebruik een speciaal behangprimer of verdunde behanglijm als voorstrijk. Laat dit droog worden voor je begint.
Trek ook een rechte loodlijn op de muur, zodat je eerste baan recht hangt. Gebruik hiervoor een waterpas of een schietlood. Begin altijd bij een raam of een hoek die je makkelijk kunt corrigeren, niet midden op de muur.
Vliesbehang behangen: de stappen
Het behangen van vliesbehang gaat anders dan bij gewoon behang. De lijm gaat op de muur, niet op de baan. Dat maakt het werken een stuk rustiger, want je hoeft geen natte banen in te weken of samen te vouwen.
- Meet de hoogte op en snijd de baan af met een paar centimeter extra aan de boven- en onderkant. Zo heb je ruimte voor correctie.
- Breng lijm op de muur aan voor precies één baan tegelijk. Rol de lijm gelijkmatig uit, net iets breder dan de baan zelf, zodat de randen ook goed plakken.
- Hang de baan op langs de loodlijn. Begin bovenaan en laat de baan voorzichtig naar beneden vallen. Pas de positie aan zolang de lijm nat is.
- Strijk de baan glad met een behangborstel of gladstrijkspatel. Werk van het midden naar buiten, zodat luchtbellen weggaan. Duw niet te hard bij gevoelig behang met structuur.
- Snij het overschot weg bovenaan en onderaan met een scherp mes langs een lat. Doe dit met één vloeiende beweging, zodat je geen rafels krijgt.
- Zet de volgende baan naadloos aan op de vorige. Vliesbehang leg je altijd naad aan naad, nooit overlappend (tenzij de fabrikant dat aangeeft).
- Verwijder lijmresten meteen met een vochtige spons. Droge lijm is moeilijker te verwijderen en geeft vlekken, zeker op behang met matte of speciale afwerking.
Veelgemaakte fouten bij het behangen van vliesbehang
Eén van de meest voorkomende fouten is te weinig lijm gebruiken. De baan laat dan los aan de randen of naden. Breng de lijm dus royaal aan, en verwerk niet te grote stukken muur tegelijk, zodat de lijm niet uitdroogt voor je de baan ophangt.
Een andere fout is werken zonder loodlijn. Als de eerste baan scheef hangt, loopt elke volgende baan verder uit het lood. Dat valt pas op als je al ver bent, en dan is het herstellen een hoop werk. Neem die extra minuut om de loodlijn te trekken.
Sommige mensen proberen luchtbellen weg te krijgen door hard te drukken. Bij glad vliesbehang werkt dat prima, maar bij behang met een reliëf of structuur (zoals linnen- of betonlook) beschadig je de toplaag. Gebruik daar een zachte borstel en lichte druk.
Hoeken en moeilijke plekken
Binnenhoeken behang je niet met één doorlopende baan. Snij de baan zo af dat er een centimeter over de hoek loopt. Begin daarna in de nieuwe wand met een verse loodlijn en overlap die centimeter. Zo blijft de hoek strak, ook als de hoek niet perfect recht is.
Buitenhoeken snij je ook recht af, maar hier is een overlap van een paar millimeter vaak genoeg. Let op dat je naad strak tegen de hoek aansluit, anders trekt hij bij het drogen los.
Rond stopcontacten en schakelaars zet je de spanning op de stroom altijd eerst uit. Hang de baan er gewoon overheen en druk hem aan. Snij daarna een X in het midden van het stopcontact en snij de flapjes weg. Duw de resterende rand onder de rand van de opbouwdoos, of snij hem strak af.
Vliesbehang behangen vraagt even oefening, maar wie de eerste baan goed neerzet, merkt al snel dat de rest vlot gaat. De combinatie van lijm op de muur en de stevigheid van het vlies maakt het een stuk vergevingsgezinder dan traditioneel behang.






