Behangen: zo doe je het stap voor stap (en waar je op moet letten)

file

Behangen is het aanbrengen van behang op muren of plafonds, meestal met behanglijm als verbindingsmiddel. Het is een klus die je zelf kunt doen, maar ook kunt uitbesteden aan een vakman. In beide gevallen is de voorbereiding minstens zo belangrijk als het behangen zelf: een goed resultaat staat of valt met een schone, gladde en droge ondergrond.

Voorbereiding: de basis voor goed behang

Voor je begint met behangen, moet de muur klaar zijn. Verwijder eerst het oude behang volledig. Gebruik daarvoor een behangafstomer of een spons met warm water en een behangafkrabber. Behang dat los blijft zitten trekt nieuw behang mee omlaag.

Daarna controleer je de ondergrond. Vul scheuren en putjes op met vulmassa en schuur de muur glad na het drogen. Een muur die porost of sterk absorbeert, behandel je eerst met een voorstrijkmiddel (ook wel primer of behangfix). Zo hecht de lijm beter en voorkom je luchtbellen of loslaten van het behang later.

Meet de hoogte van de muur op en tel het aantal banen dat je nodig hebt. Reken bij behang met een rapport (een herhalend patroon) altijd extra in voor het op rapport hangen: je verspilt dan per baan gemiddeld een halve tot hele rapportlengte. Koop liever een rol te veel dan een rol te weinig, want kleurnummers kunnen per productie iets afwijken.

Welk behang en welke lijm kies je?

Er zijn grofweg drie soorten behang: papierbehang, vliesbehang en vinylbehang. Papierbehang is dunner en gevoeliger voor vocht. Vliesbehang is steviger, scheurt minder snel en is voor beginners makkelijker te verwerken. Vinylbehang is duurzaam en gemakkelijk af te vegen, en daardoor populair in keukens en badkamers.

De lijm kies je op basis van het behangtype. Voor vliesbehang smeer je de muur in met lijm, niet de baan zelf. Voor papier- en vinylbehang breng je de lijm aan op de achterkant van de baan. Gebruik altijd de lijm die de fabrikant van het behang aanbeveelt: te dunne lijm geeft loslaten, te dikke lijm geeft vlekken door.

Stap voor stap behangen

  1. Bepaal het startpunt. Begin bij een hoek of deur, maar meet eerst met een waterpas een verticale lijn (lood). Muren staan zelden perfect recht.
  2. Snijd de banen op maat. Voeg bij behang met rapport een paar centimeter extra toe aan elke baan voor het passend knippen. Nummer de banen zodat je de volgorde niet kwijtraakt.
  3. Breng de lijm aan. Op het behang of op de muur, afhankelijk van het type. Bij behangpapier laat je de ingelijmde baan een paar minuten weken zodat het materiaal uitzet voor je het hangt.
  4. Hang de eerste baan. Lijn de baan uit op de verticale potloodlijn. Begin bovenaan en strijk de baan van het midden naar buiten glad met een behangborstel of behangspatel. Zo verwijder je luchtbellen.
  5. Sluit de naden nauwkeurig aan. Leg banen stootnaad tegen stootnaad: de randen raken elkaar zonder overlap. Bij papierbehang mag een kleine overlap van 1 tot 2 millimeter, maar zichtbare overlap oogt onnetjes.
  6. Snijd het overschot weg. Gebruik een scherp afbreekmes langs een plintrol of liniaal. Verwissel regelmatig het mesje: een bot mes scheurt behang.
  7. Verwijder lijmresten meteen. Veeg na elke baan overtollige lijm van het behang en van de plinten met een vochtige spons. Gedroogde lijm is veel lastiger te verwijderen en trekt vuil aan.

Behangen rond hoeken, deuren en stopcontacten

Binnenkhoeken hang je door de baan een paar centimeter om de hoek te vouwen en de volgende baan er precies tegenaan te hangen. Buitenhoeken (zoals een muurdeel dat uitsteekt) werken anders: breng de baan hier nooit in één keer om de hoek, want het hoek is zelden perfect recht en de baan trekt dan scheef. Snijd in plaats daarvan precies op de hoek en begin de volgende baan met een nieuwe loodlijn.

Rond stopcontacten en lichtschakelaars zet je altijd de stroom uit. Hang de baan over het stopcontact heen, snijd diagonaal een X-vorm in het behang op de plek van het stopcontact, vouw de puntjes weg en snijd het resterende behang netjes bij langs de rand van het afdekplaatje. Bij deuren en ramen werk je met een vergelijkbare techniek: hang de baan voorbij de opening en snijd het overschot weg met een scherp mes.

Btw bij professioneel behangen

Laat je het behangen uitvoeren door een professional, dan is het tarief van belang. Volgens de Belastingdienst valt het behangen van woningen die ouder zijn dan twee jaar onder het verlaagde btw-tarief van 9 procent. Dat tarief geldt ook voor de noodzakelijke voorbereidingswerkzaamheden, zoals het verwijderen van oud behang en het behandelen van de ondergrond. Voor nieuwbouw of gebouwen jonger dan twee jaar geldt het reguliere tarief van 21 procent.

Dit kan een flink verschil maken in de totale rekening. Vraag de vakman altijd om een factuur waarop het tarief apart staat vermeld, zodat je kunt controleren of het juiste percentage is toegepast.

Veelgemaakte fouten bij behangen

  • Slechte ondergrond. Behangen op een vochtige, onbehandelde of ongelijke muur geeft luchtbellen, naden die loslaten of zichtbare oneffenheden.
  • Verkeerde loodlijn. Wie de eerste baan niet precies verticaal hangt, ziet elk volgend baantje verder scheeftrekken.
  • Te weinig weekttijd. Papierbehang dat te kort geweekt heeft, zet nog uit nadat het al hangt en geeft rimpels of bobbels.
  • Bot snijmes. Scheurt het behang en geeft rafelige randen bij plinten en kozijnen.
  • Te weinig rollen bestellen. Een rol extra kopen achteraf lukt zelden met hetzelfde kleurnummer uit dezelfde productierun.

Behangen vraagt geduld en een nauwkeurige hand, maar met een goede voorbereiding en de juiste materialen is het ook voor een doe-het-zelver goed te doen. Twijfel je aan de ondergrond of wil je een complexe ruimte met veel hoeken en uitsparingen aanpakken? Dan loont het om een vakman te laten kijken voordat je begint, zodat je achteraf geen behang hoeft te verwijderen dat nooit goed had kunnen hechten.

Table of Contents

Meer inspiratie: