Stappenplan behangen: zo hang je zelf behang op

file

Met een goed stappenplan is behangen een klus die je prima zelf kunt doen, ook als je het nog nooit hebt gedaan. De volgorde is simpel: muur voorbereiden, behang opmeten en snijden, lijm aanbrengen, banen ophangen en naden gladstrijken. Hieronder vind je elk onderdeel uitgewerkt, zodat je meteen aan de slag kunt.

Wat je nodig hebt voor je begint

Zorg dat je alles bij de hand hebt voordat je begint. Halverwege stoppen om spullen te halen geeft een rommelig resultaat, zeker als de behanglijm al op de muur zit. Dit zijn de basisbenodigdheden:

  • Behang (koop altijd een rol extra als reserve)
  • Behanglijm (passend bij het soort behang)
  • Behangbak of emmer en kwast
  • Behangtafel
  • Waterpas en potlood
  • Behangmes of breekmes met nieuwe bladjes
  • Behangroller of glad glad spatel
  • Zwamspons en emmer met schoon water
  • Meetlint
  • Trapje of ladder

Gebruik bij vliesbehang altijd behanglijm die speciaal voor vlies is gemaakt. Bij gewoon papierbehang smeer je de lijm op het behang zelf, bij vliesbehang smeer je de muur in. Lees de verpakking van je behang goed door; dit staat er altijd op.

Stap 1: de muur voorbereiden

Een goede voorbereiding bepaalt voor meer dan de helft of het behangen goed lukt. Controleer of de muur schoon, droog en vlak is. Verwijder oud behang volledig, want behangen over oud behang geeft bobbels en loslating later. Gebruik een behangafstomer of week het oud behang nat en trek het er in stroken af.

Vul scheuren of putjes op met muurvuller en schuur ze glad als ze droog zijn. Schilder de muur daarna in met een laagje behanggrond (ook wel “grondeermiddel” of “primer” genoemd). Dit voorkomt dat de muur de lijm te snel opzuigt, waardoor het behang beter blijft zitten en je makkelijker kunt schuiven tijdens het hangen.

Stap 2: de eerste baan uitzetten

De eerste baan is de basis voor alles wat volgt, dus zet hem recht. Hoeken van kamer zijn zelden perfect recht, dus gebruik nooit een hoek als startpunt. Meet vanuit een hoek de breedte van je behang (bijvoorbeeld 53 cm) en maak een verticale streep met een waterpas. Dit is je leidlijn voor de eerste baan.

Begin bij het meest opvallende punt in de kamer, zoals het midden van de grootste wand of naast het raam. Zo vallen eventuele kleine onregelmatigheden aan het einde van de wand het minst op.

Stap 3: behang opmeten en snijden

Meet de hoogte van je muur op en tel daar 10 cm bij op: 5 cm boven en 5 cm onder voor de overmaat. Zo heb je speelruimte om het patroon goed uit te lijnen en de baan later precies af te snijden. Leg het behang op de behangtafel, meet de eerste baan af en snijd hem met het breekmes langs een recht latje.

Heb je behang met een patroonherhaling? Dan moet je elke volgende baan opschuiven zodat het patroon aansluit. Hoeveel je opschuift staat op de rol, vermeld als “rapport” of “patroonherhaling”. Een rapport van 64 cm betekent dat je soms een flink stuk behang weggooit. Koop daarom altijd iets meer dan je denkt nodig te hebben.

Stap 4: lijm aanbrengen

Bij papierbehang breng je de lijm aan op de achterkant van de baan. Begin in het midden en strijk de lijm naar de randen. Vouw de baan daarna los op zichzelf (“accordeon vouwen”) zodat de lijm goed intrekt, meestal 5 tot 10 minuten. Alle banen dezelfde intreektijd geven is belangrijk; anders krimpt de ene baan anders dan de andere.

Bij vliesbehang smeer je de muur in met lijm, niet het behang. Dit werkt makkelijker en geeft minder kans op scheuren, omdat vliesbehang niet nat wordt en dus niet uitzet.

Stap 5: de baan ophangen

Pak de bovenste vouw van de baan open en druk de bovenkant tegen de muur, een paar centimeter boven het plafond. Lijn de zijkant uit met je potloodstreep. Strijk de baan van boven naar beneden glad met de behangroller of spatel. Werk eventuele luchtbellen naar de zijkanten toe weg. Druk de onderkant even aan en laat de overmaat voor nu hangen.

Controleer de aansluiting op de leidlijn nogmaals voor je verder gaat. Zit de baan scheef, dan kun je hem bij vlies- en papierbehang nog een paar minuten voorzichtig verschuiven.

Stap 6: naden afwerken en overmaat afsnijden

Hang de volgende baan naast de eerste, rand aan rand. Bij behangen worden banen nooit over elkaar gelegd (geen overlap), tenzij de fabrikant iets anders aangeeft. Gebruik de behangroller om de naden goed aan te drukken.

Snijd de overmaat boven en onder af met een scherp mes langs de plint of het plafond. Gebruik altijd een recht latje als gids en werk met nieuwe, scherpe mesjes zodat het behang niet scheurt of rafelt.

Verwijder lijmresten op het behang direct met een vochtige spons. Droge lijm is veel lastiger te verwijderen en laat vlekken achter. Herhaal alle stappen voor elke volgende baan tot de hele wand klaar is.

Met dit stappenplan kom je bij een gewone muur snel een eind. Begin op een minder zichtbare wand als je voor het eerst behangt, zodat je de techniek kunt oefenen voordat je de meest opvallende muur aanpakt. Na één wand zit het al een stuk vanzelfsprekender, en het eindresultaat is direct te zien.

Table of Contents

Meer inspiratie: