Raamnis behangen: zo doe je het stap voor stap

file

Een raamnis behangen is één van de lastiger onderdelen van een behangklus. De smalle zijkanten, de hoeken en het passend snijden rond de vensterbank vragen om een andere aanpak dan een rechte muur. Met de juiste werkvolgorde en een scherp snijmes lukt het prima, ook als je dit voor het eerst doet.

Voorbereiding: wat heb je nodig?

Zorg voor goed gereedschap voordat je begint. Je hebt nodig: behangpapier, behanglijm (passend bij het soort behang), een plakroller of kwast, een waterpas, een behangschaar, een scherp snijmes en een vouwbeentje. Een lange lat of liniaal helpt bij het recht snijden. Leg ook een droge doek klaar om lijmresten meteen weg te vegen, want op behang droogt lijm snel in.

Meet de raamnis goed op voor je knipt. Meet de breedte, hoogte en diepte van de nis apart. De zijwanden (de “leibanden”) van de nis zijn meestal smaller dan een gewone baan, dus je kunt hier reststukken voor gebruiken. Zorg dat de banen van de binnenkant van de nis en de baan op de muur naadloos op elkaar aansluiten.

Raamnis behangen: de werkvolgorde

Begin altijd met de bovenkant van de nis (het plafondstuk boven het raam). Knip een stuk behang op maat, iets ruimer dan de diepte van de nis, en plak het aan. Laat een kleine overlap van ongeveer 1 tot 2 centimeter over de rand hangen, zodat je dit later netjes kunt afsnijden of onder de volgende baan kunt schuiven.

Hang daarna de zijwanden van de nis. Knip de stukken op de goede hoogte en breedte. Ook hier een kleine overlap aan de voor- en achterkant. Druk het behang goed in de hoeken met een vouwbeentje. Zo voorkom je luchtkussentjes en lelijke rimpels.

De baan op de muur naast het raam komt als laatste. Hang deze baan zo dat hij een paar centimeter in de nis doorloopt. Die overgang knip je dan netjes bij met een scherp mes langs een lat. Zo sluit de muurband precies aan op het stuk in de nis. Snijd altijd met één vloeiende beweging en gebruik een fris mesje, want een bot mes trekt het behang scheef.

Hoeken netjes afwerken

De binnenkant van de hoeken is het meest kritisch. Vouw het behang nooit over een binnenhoek in één stuk als het te strak zit. Knip het behang liever iets in (een paar millimeter inkeping) zodat het makkelijk in de hoek vouwt. Daarna plak je het aangrenzende stuk er precies naast. Binnenhoeken mag je licht overlappen, buitenhoeken (de randen van de nis aan de voorkant) wikkel je net iets om de rand heen, zodat de afwerking strak en duurzaam is.

Gebruik bij buitenhoeken een hoekstrips of druk het behang extra goed aan. Een losse rand is namelijk precies de plek waar behang het eerst begint los te laten, zeker bij een raamnis waar vochtige lucht en temperatuurwisselingen meer invloed hebben.

Tips voor moeilijke situaties

  • Heb je een vensterbank die in de nis uitsteekt? Knip dan een V-vormige inkeping in het behang zodat het er omheen valt. Snij pas af als het behang goed tegen de wand zit.
  • Is de nis heel smal? Gebruik dan een smal kwastje om lijm goed in de hoeken te krijgen.
  • Werk met een dessin? Zorg dan dat je het rapport van het dessin ook in de nis laat doorlopen, anders valt de aansluiting direct op.
  • Gebruik bij voorkeur behang zonder structuur voor een smalle nis, dat is makkelijker te hanteren in kleine ruimtes.

Veelgemaakte fouten

Een veelgemaakte fout is beginnen met de muurvlakken naast het raam en pas daarna de nis aanpakken. Dat geeft bijna altijd onmooie aansluitingen. Een andere fout is te weinig lijm in de hoeken aanbrengen, waardoor het behang daar al snel loslaat. Let ook op dat je geen lijmresten op het behangoppervlak laat zitten. Die plekken trekken vuil aan en zijn zichtbaar als het behang droog is.

De raamnis behangen kost wat extra geduld, maar het resultaat bepaalt voor een groot deel of de hele kamer er verzorgd uitziet. Neem de tijd voor de hoeken en snijlijnen, en werkvolgorde: nis eerst, daarna de muurvlakken ernaast.

Table of Contents

Meer inspiratie: