Hoe moet je behangen? Compleet stappenplan voor een strak resultaat

file

Behangen doe je door de muur voor te bereiden, behanglijm aan te brengen, de banen op maat te knippen en ze vervolgens zorgvuldig op de muur te plakken, van boven naar beneden, zonder luchtbellen. Met de juiste voorbereiding en aanpak krijg je een strak resultaat, ook als je het voor het eerst doet.

Dit stappenplan legt precies uit hoe je het aanpakt: van het inmeten van de muur tot het wegwerken van de naden. Zo voorkom je de meest voorkomende fouten zoals bobbels, scheve banen en zichtbare lassen.

Wat heb je nodig voordat je begint met behangen?

Zorg dat je de juiste materialen bij de hand hebt voordat je begint. Je hebt nodig: behang, behanglijm (kies het type op basis van het soort behang), een behangpasta emmer, een groot behangkwast of rol, een behangtafel, een behangschaar, een waterpas, een potlood, een behangsponge of -borstel, een naad- of afstrijkmes en een scherp afbreekmes of stanleymes.

Controleer ook hoeveel rollen je nodig hebt. Meet de omtrek van de ruimte en de hoogte van de muur. Een standaardbaan behang is ongeveer 53 centimeter breed. Reken altijd een extra rol in voor snijverlies en patroonherhaling.

Voorbereiding van de muur

Een goede ondergrond is het halve werk. Verwijder eerst oud behang volledig. Gebruik daarvoor een behangafstomer of week het los met water. Laat de muur daarna goed drogen, dit duurt al snel 24 uur of langer.

Vul scheuren of gaten op met vulmiddel en schuur alles glad als het droog is. Breng daarna een laag behangprimer of verdunde behanglijm aan op de muur. Dit sluit de ondergrond af, zorgt dat de lijm niet te snel intrekt en maakt het makkelijker om banen bij te sturen tijdens het plakken.

Hoe moet je behangen: het stappenplan

Stap 1: bepaal het startpunt. Begin niet in een hoek, maar trek een verticale lijn op de muur met een waterpas. Dat is je referentielijn. Begin naast een raam of deur, zodat de meest zichtbare vlakken er het mooist uitzien.

Stap 2: knip de banen op maat. Meet de hoogte van de muur en voeg 5 tot 10 centimeter extra toe aan boven- en onderkant voor speling. Knip meerdere banen tegelijk en let bij behang met een patroon op de patroonherhaling. Nummer de banen op de achterkant, zodat je de volgorde niet kwijtraakt.

Stap 3: breng de lijm aan. Afhankelijk van het type behang breng je de lijm aan op het behang zelf of op de muur. Bij vliesbehang lijm je de muur. Bij gewoon papierbehang lijm je de baan en vouw je hem losjes op (niet drukken) zodat de lijm goed intrekt. Wacht de intreektijd aan die op de verpakking staat, vaak 3 tot 5 minuten.

Stap 4: hang de eerste baan. Positioneer de baan op de verticale referentielijn en laat hem bovenaan met een paar centimeter overlappen over het plafond. Strijk de baan van boven naar beneden glad met een behangborstel of -spons. Werk vanuit het midden naar de zijkanten om luchtbellen te voorkomen.

Stap 5: snijd de randen bij. Duw de baan stevig in de hoek bij plafond en vloer. Gebruik een plamuurmes als geleider en snijd het overhangende deel weg met een scherp afbreekmes. Wisselende messen zijn scherpste, een bot mes trekt het behang kapot.

Stap 6: hang de volgende banen. Breng de volgende baan nauwkeurig naast de eerste aan, rand tegen rand (stootnaad), niet over elkaar. Strijk de naad zacht aan met een naadborstel of -spons. Veeg lijmresten direct weg met een vochtige spons, want droge lijm laat vlekken achter.

Veelgemaakte fouten bij behangen

Bobbels ontstaan bijna altijd doordat lijm niet goed is ingetrokken of doordat de baan te snel is aangeplakt. Wacht altijd de intreektijd af. Scheve banen zijn het gevolg van een verkeerd startpunt: teken altijd een rechte verticale lijn, want muren en plafonds zijn zelden perfect waterpas.

Zichtbare naden komen voor als je de banen te ver uit elkaar plaatst of als de lijm te snel droog was. Werk snel en trek nooit aan het behang om het te verschuiven, want dan scheurt het of rekt het uit. Laat het behang los zitten aan de lijm en schuif het op zijn plek.

Tips voor hoeken en moeilijke plekken

Bij buitenhoeken knip je de baan zo dat er 2 tot 3 centimeter om de hoek vouwt. De volgende baan begin je net over die rand met een nieuwe verticale lijn. Bij binnenhoeken werk je hetzelfde: een kleine overlap, de nieuwe baan begint altijd met een rechte referentielijn.

Stopcontacten en lichtschakelaars dek je eerst af met behang. Druk het behang eroverheen zodat je de hoeken voelt, snijd dan een X in het midden en knip de flappen terug tot vlak bij de rand. Schakel altijd eerst de stroom uit voordat je aan stopcontacten werkt.

Rondom ramen en deuren werk je met kleinere stroken. Meet elke strook apart in, want de maten wisselen bijna altijd iets af.

Met goede voorbereiding, een rechte startlijn en rustig werken van boven naar beneden behang je een muur netjes en zonder gedoe. De eerste baan is het lastigst. Zodra die recht hangt, gaat de rest vanzelf sneller.

Table of Contents

Meer inspiratie: