De binnenkant van een kast behangen is een eenvoudige manier om een saaie kast direct een andere uitstraling te geven. Je kunt het behang zien zodra je de kastdeur opent, wat voor een leuk verrassingseffect zorgt. Met de juiste voorbereiding lukt het ook zonder veel behangervaring.
Voorbereiding: schoonmaken en opmeten
Begin met het goed schoonmaken van de binnenwanden van de kast. Stof, vet of vuil zorgen ervoor dat het behang slecht hecht en later loslaat. Gebruik een vochtige doek met een schoonmaakmiddel en laat de wanden daarna volledig drogen.
Is de binnenkant van de kast geschilderd of gelakt? Dan is het slim om de wanden eerst licht op te schuren met fijn schuurpapier. Zo krijgt het behangplaksel meer grip. Bij gladde, gelakte oppervlakken kan het behang anders toch nog loslaten, ook als de kast er schoon uitziet.
Meet daarna de oppervlakken nauwkeurig op. Noteer de breedte en hoogte van elke wand afzonderlijk, want bij kasten zijn zijwanden, achterwand en soms de binnenkant van de deur allemaal anders van formaat. Reken altijd een kleine marge van een paar centimeter extra per kant in, zodat je het behang later precies kunt bijsnijden.
Binnenkant kast behangen: de stappen
- Knip het behang op maat. Leg het behang met de voorkant naar beneden op een schone tafel en snijd het op de opgemeten maten, met een paar centimeter overschot.
- Breng het plaksel aan. Gebruik behangplaksel dat past bij het type behang dat je kiest. Bij vliesbehang breng je het plaksel direct op de wand aan. Bij gewoon papierbehang plak je het plaksel op het behang zelf en laat je het een paar minuten intrekken.
- Hang het behang op. Begin bij de achterwand, want die is het grootst en bepaalt hoe de rest eruitziet. Strijk het behang met een behangborstel of een droge spons goed glad, van het midden naar de randen. Zo verwijder je luchtbellen.
- Snij de randen bij. Gebruik een scherp stanleymes en een liniaal om de randen netjes bij te snijden langs de hoeken en randen van de kast. Een bot mes scheurt het behang.
- Laat het drogen. Houd de kastdeuren open totdat het behang volledig droog is. Zo voorkom je dat vocht opgesloten raakt en het behang bobbelt of gaat schimmelen.
Welk behang gebruik je voor de binnenkant van een kast?
Niet elk type behang is even geschikt. Vliesbehang is de populairste keuze: het is stevig, trekt minder snel scheef en is makkelijker te verwijderen als je later iets anders wilt. Papierbehang werkt ook goed, maar is iets lastiger te verwerken in smalle of diepe kastruimtes omdat het bij het weken kan gaan rekken.
Kies een behang met een patroon of kleur dat past bij de rest van de kast of de kamer. Botanische prints, geometrische patronen en effen kleuren werken allemaal goed. Houd er rekening mee dat je bij een rapport (een herhalend patroon) meer overschot nodig hebt, zodat het patroon aansluit bij de verschillende vakken of wanden.
Zelfklevend behang is ook een optie, vooral voor wie het makkelijk wil houden. Het plakt zonder plaksel, maar sluit soms minder strak aan op randen en hoeken. Bij kleine oppervlakken kan het een handige keuze zijn.
Veelgemaakte fouten en hoe je die voorkomt
Een veelgemaakte fout is beginnen zonder het oppervlak goed te ontdoen van vet of resten van oude verf. Het behang lijkt dan eerst goed te zitten, maar laat na een paar weken al los. Een andere valkuil is het behang te nat laten worden met plaksel, waardoor het gaat opbollen tijdens het aanbrengen. Gebruik plaksel spaarzaam en gelijkmatig.
Werk je in een diepe kast of aan een smalle zijwand? Knip het behang dan in kleinere stroken dan de volledige hoogte van de kast. Zo houd je meer controle bij het aanbrengen op moeilijk bereikbare plekken.
Met de juiste voorbereiding en een beetje geduld is de binnenkant van een kast behangen een project dat je in een middag klaarspeelt. Het resultaat valt meteen op zodra je de kastdeur opent en geeft zelfs een eenvoudige kast direct meer karakter.






