Behangen doe je zo: stap voor stap een muur behangen

file

Behangen doe je zo: begin met een schone, gladde muur, meet de benodigde banen op, knip ze op maat, breng behanglijm aan en hang de banen van boven naar beneden op. Klinkt eenvoudig, en met de juiste voorbereiding is het dat ook. Hieronder vind je een compleet stappenplan, inclusief tips voor lastige hoeken en patroonbehang.

Wat je nodig hebt voordat je begint

Zorg dat je het volgende bij de hand hebt: behanglijm (kies het type dat bij jouw behang past, dit staat op de verpakking), een behangborstel of roller, een natte spons, een scherp mes of behangschaar, een waterpas, een rolmaat, een behangpasta-emmer en een behangbak. Een plastic afdekzeil beschermt je vloer tegen lijmspetters.

Koop ook altijd iets meer behang dan je strikt nodig hebt. Reken bij patroonbehang zeker 10 tot 15 procent extra in verband met het uitlijnen van het patroon. Bij glad of structuurbehang is 5 tot 10 procent extra genoeg.

De muur voorbereiden

Een goede voorbereiding is het halve werk. Verwijder eerst het oude behang volledig en maak de muur schoon. Zit er nog lijmresten of vet op de muur, dan hecht het nieuwe behang slecht. Kleine beschadigingen en gaatjes vul je op met muurvuller en schuur je glad zodra ze droog zijn.

Breng daarna een laag voorstrijk of behangprimer aan. Dit zorgt ervoor dat de muur minder snel het vocht uit de behanglijm opzuigt. Het resultaat: de banen blijven beter zitten en schuiven minder snel weg terwijl je ze positioneert.

Behangen doe je zo: het stappenplan

Volg deze volgorde voor een strak resultaat:

  • Bepaal het startpunt. Begin bij een hoek of naast een deur, maar hang altijd je eerste baan loodrecht. Teken een verticale lijn op de muur met een waterpas als hulplijn.
  • Meet en knip de eerste baan. Meet de hoogte van de muur van plafond tot plinten en voeg 5 cm toe (2,5 cm boven en 2,5 cm onder). Zo heb je genoeg speling om de baan precies af te snijden.
  • Breng de lijm aan. Bij de meeste behangsoorten breng je de lijm aan op het behang zelf. Leg de baan met de voorkant naar beneden op een schone tafel, smeer de lijm gelijkmatig uit met een borstel en vouw de baan losjes op (de geplakte kanten op elkaar). Laat de lijm 3 tot 5 minuten intrekken, dit heet “weken”.
  • Hang de eerste baan. Vouw de baan open aan de bovenkant en druk hem tegen de muur langs de verticale hulplijn. Strijk de baan van boven naar beneden glad met een behangborstel, van het midden naar de zijkanten. Zo verwijder je luchtbellen.
  • Snijd het overschot af. Druk het mes in de hoek bij het plafond en de plint en snijd het overschot netjes af. Veeg daarna meteen lijmresten van het behang en de plinten met een vochtige spons.
  • Hang de volgende banen. Leg elke nieuwe baan naast de vorige aan, zodat de naad strak sluit. Druk de naden voorzichtig aan met een naadroller.

Patroonbehang uitlijnen

Bij patroonbehang is het uitlijnen een extra stap. Leg de tweede baan naast de eerste (nog niet geplakt) en schuif hem omhoog of omlaag totdat het patroon aan beide kanten aansluit. Pas daarna de lengte aan en knip de baan op maat. Doe dit telkens opnieuw voor elke volgende baan, want het patroonverschil telt op over meerdere banen.

Sommige patronen hebben een recht rapport (elke baan begint op dezelfde hoogte) en andere een verspringend rapport (de baan begint halverwege het patroon). Dit staat op de verpakking van het behang aangegeven met een icoontje.

Hoeken, ramen en stopcontacten

Binnenkansen zijn het lastigste deel. Behang loopt nooit perfect door een hoek, omdat muren zelden precies recht zijn. Hang de baan iets over de hoek heen (circa 1 cm) en begin op de aangrenzende muur opnieuw met een nieuwe loodlijn. Zo blijft het resultaat strak, ook als de hoek niet helemaal recht is.

Bij stopcontacten en lichtknopjes schakel je altijd eerst de stroom uit. Hang de baan erover heen, maak een x-vormige insnijding op de plek van het stopcontact en snijd het overschot weg. Bij ramen knip je het behang met schuin lopende sneden in en strijk je de vlakken glad.

Veelgemaakte fouten bij behangen

De meest voorkomende fout is ongeduld. Geef de lijm niet genoeg wektijd, dan trekt het behang krom. Gebruik je te veel lijm, dan sijpelt die langs de naden. Een andere valkuil: niet controleren of de eerste baan echt recht hangt. Een scheve start is op het einde van de muur goed zichtbaar.

Verwijder ook altijd lijmresten meteen met een vochtige spons. Drooggedroogde lijm is veel lastiger te verwijderen en kan vlekken achterlaten op sommige behangtypes.

Met een goede voorbereiding, de juiste materialen en dit stappenplan hang je een muur netjes in een halve dag. Begin bij een rechte wand zonder ramen om te oefenen en werk daarna pas naar de lastigere delen toe.

Table of Contents

Meer inspiratie: