Behangen van het licht af is een techniek waarbij je de eerste baan behang aan de kant van de muur hangt die het verst van het raam af ligt, en vervolgens verder werkt richting de muur. Dit is het omgekeerde van de aanbevolen methode. De gangbare aanpak is juist om naar het licht toe te behangen, dus te starten bij het raam en van daaruit weg te werken. Toch zijn er situaties waarin behangen van het licht af bewust of onbewust wordt gedaan, en dan is het goed om te weten wat de gevolgen zijn.
Waarom is de richting van behangen zo belangrijk?
Naden tussen behangbanen zijn onvermijdelijk. De vraag is alleen of ze zichtbaar zijn. Wanneer licht van een raam schuin op een muur valt, werpt het kleine schaduwen op alles wat er iets op uitsteekt, ook op behangnaadjes die maar een millimeter breed zijn. Als je van het licht af hangt, valt dat licht precies langs die naden, waardoor ze als donkere streepjes afsteken. Hang je richting het licht, dan valt het licht van achter je schouder op de muur en vlakt het kleine hoogteverschillen juist weg.
Dit effect is het sterkst bij zijdeglans behang, vliesbehang met een glad oppervlak en effen kleuren. Bij grof structuurbehang of een druk patroon valt het minder op, omdat het oog al wordt afgeleid door de textuur of het motief.
Wanneer hangt iemand toch van het licht af?
Er zijn een paar situaties waarin dit bewust of per ongeluk gebeurt:
- Onduidelijke startpunt. Wie niet weet waar te beginnen, kiest soms de hoek die het makkelijkst werkt, zonder rekening te houden met de raamrichting.
- Patroonbehang met rapport. Bij een groot patroon wil je het midden van een wand of een vast punt als startpunt gebruiken. Dat kan betekenen dat je onbedoeld van het licht af werkt op een deel van de kamer.
- Ruimte zonder duidelijk daglicht. In een hal of badkamer zonder raam maakt de richting nauwelijks verschil, omdat er geen valhoek van daglicht is.
- Donkere of patroonrijke ruimtes. In een kamer met weinig ramen of donker behang is het risico op zichtbare naden kleiner, waardoor de richting minder kritisch is.
Wat zijn de concrete gevolgen als je van het licht af behangt?
Het grootste risico is dat naden zichtbaar worden, vooral op zonnige ochtenden of avonden wanneer de zon laag staat en schuin door een raam naar binnen valt. Een naad die je bij bewolkt weer nauwelijks ziet, kan op zo’n moment als een duidelijke verticale streep verschijnen. Dit is niet te repareren zonder het behang opnieuw aan te brengen.
Bij behang met een glanzend oppervlak is dit probleem het grootst. Matte behangtypes zijn iets vergevingsgezinder, maar ook daar zie je het verschil als de belichting ongunstig is. Vliesbehang sluit naden over het algemeen beter dan papierbehang, maar ook dat lost het probleem van de lichthoek niet volledig op.
Behangen van het licht af: is het altijd verkeerd?
Niet per se. In ruimtes zonder ramen, zoals een kleine hal of een wc zonder daglicht, speelt de richting geen rol. Kunstlicht komt doorgaans van boven en verspreidt zich gelijkmatiger, waardoor naden minder snel zichtbaar worden. Ook bij zeer grof structuurbehang of donker behang met een druk patroon is het verschil vaak verwaarloosbaar.
Bij effen, licht of glanzend behang in een ruimte met een of meerdere ramen geldt echter: hang altijd naar het licht toe. Dat is geen theorie, maar iets dat professionele behangers consequent toepassen om klachten achteraf te voorkomen.
Twijfel je over de richting in jouw specifieke ruimte? Kijk op een heldere dag waar het licht vandaan komt en begin je eerste baan aan die kant van de muur. Werk dan weg van het raam. Zo haal je het meeste uit je behang en voorkom je dat naden later voor onaangename verrassingen zorgen.






